“Hey Roos, hoi lieverd, wat fijn om je weer te zien meis.” Ze geeft me een stevige knuffel en
een dikke kus volgt. “Hoe is het met je?” Ze kijkt me diep in de ogen en ik weet dat ze “echt”
wil weten hoe het met me gaat. Alleen een “ja, goed” is niet voldoende.
Hilda, mijn vriendin uit Leeuwarden. We kennen elkaar ruim 30 jaar.
Eerlijkheid en vertrouwen: Dat zijn de voorwaarden van een vriendschap voor mij en dit vul
ik aan met humor, respect en zonder oordeel. Elkaar het beste gunnen, geen jaloezie en er
voor elkaar zijn als je dat nodig hebt.

Al deze eigenschappen heeft Hilda in zich, deze warme en lieve vrouw.
Ze komt naast mij te wonen in Leeuwarden, we ontmoeten elkaar voor het eerst in het
steegje achter ons huis. “Hoi ik ben Hilda de Vos,” zegt ze enthousiast. Ze geeft me een
stevige handdruk. Ik voel mij meteen op mijn gemak. Ze oogt open en spontaan. Mijn
gedachten gaan met mij aan de haal:
“Wat een leuke, vrolijke meid, ik zou willen dat ik zo kon zijn. Ik ben zo bescheiden en
gesloten.” denk ik.
Haar hele lichaam beweegt mee als ze praat. Haar haren dansen spontaan en ze
schaterlacht met haar mond wagenwijd open. Wat een prachtige uitstraling heeft deze
dame.

De jaren die volgen zitten vol dierbare herinneringen, we praten veel.
Het is 1988 en ik ben vorig jaar samen gaan wonen, zij stapt net uit een lange relatie.
Een wereld van verschil, zou je denken.

Maar allebei zijn we eenzaam. Ik heb last van straatvrees en paniekaanvallen en voel mij
totaal niet begrepen. In mijn late pubertijd val ik af en toe flauw in grote mensenmassa’s.
Langzamerhand gaat zich dat ontwikkelen tot een fobie. Bang om op te vallen, of dat
mensen op straat aan mij kunnen zien dat ik bang ben. In de jaren ‘80 praat je daar niet
over. De mensen om mij heen snappen het niet. “Je hebt een leuke vriend en je ziet er uit
als Hollands welvaren,” hoorde ik regelmatig. Inderdaad, angst zie je niet aan de buitenkant.
Ook Hilda is af en toe zo verdrietig en hierin vinden we steun en troost bij elkaar.
Ze heeft een hectisch leven.Ze werkt fulltime, heeft een grote familie- en vriendenkring.
Waar Hilda is, is het gezellig en Hilda zorgt graag voor haar dierbaren. Door die drukte loopt
ze zichzelf regelmatig voorbij.

Omdat ik veel thuis zit, doe ik af en toe haar huishouden en zorg voor Pino, de kat.
Pannetjes met eten gaan over de schutting of ze eet met ons mee.
Zij zorgt in die roerige tijd voor een lichtpuntje in mijn leven door haar warmte en
hartelijkheid.
Elke dag schrijven we een krabbeltje op de krant, die we bij elkaar in de brievenbus gooien.

Hilda heeft deze tekstjes liefdevol uitgeknipt, de briefjes en kaartjes die we elkaar stuurden
zijn gebundeld. Het leven van ons samen in een plakboek.
Ik bewaar alle kaartjes en berichtjes in een mooie doos. (zie foto)

In 1993 ga ik scheiden en verhuis naar Assen. Als Hilda dat hoort onderneemt ze meteen
actie. Ze wil daar niet langer wonen als ik er niet meer ben. Het voelt niet meer vertrouwd.
Ze is nog eerder vertrokken dan ik. Ze gaat bij haar zus wonen.
Ik mis haar enorm, maar we verliezen elkaar nooit uit het oog.

We spreken regelmatig af in het weekend en gaan dan uit eten, de kroeg in, of thuis op de
bank hangen. In die weekenden zorgen we als vanouds voor elkaar. Een rustpuntje.
Ondertussen is ons leven een stuk stabieler. We zijn volwassener geworden. We zorgen
beter voor onszelf. Vooral op geestelijk gebied, we pakken meer rust. Die hebben we beide
hard nodig om goed te kunnen functioneren in het leven.

Allebei hebben we een fijne relatie, zitten lekker in ons vel en genieten van het leven.
Wanneer we weer samen zijn is het alsof we elkaar gisteren nog zagen.
We beleefden hoogtepunten en dieptepunten met elkaar. Het verlies van dierbaren, niet
alleen familie, maar ook van onze dieren, waar we allebei zo zielsveel van houden.
Onze worstelingen in het leven delen we nog steeds met elkaar.
Tranen van geluk of van verdriet. Alles is mogelijk in onze vriendschap.
Het is een waardevolle verbinding, van buren naar vriendinnen voor het leven.