Voor een natuur-doe-en-schrijfopdracht van Marian Nissink ga ik het bos in.
In de opdracht staat waar ik naar ga zoeken en naar aanleiding daarvan ga ik op pad.
Wat zal ik tegenkomen, wat ga ik vinden?

Ik huppel het bos in en zie herfstbladeren liggen. Ik pak ze op en gooi ze in de lucht.
Ze dwarrelen naar beneden. Ik voel me speels en uitgelaten. Blakend van gezondheid ren ik
terug naar mijn ouders. ‘Zagen jullie dat?’ Ze knikken mij lachend toe en ik ren vooruit om
kastanjes te zoeken. Ik moet een kijkdoos voor school maken met het thema herfst.

Na een uur slenteren hebben we een zak vol. Kastanjes, bladeren, eikels, beukennootjes en
een vliegenzwam. Als ik de volgende dag mijn kijkdoos laat zien aan meester Roukema, is
hij enthousiast. Maar een paddenstoel mag ik nooit meer plukken!
Deze paddenstoel is zeldzaam en ze kunnen giftig zijn. Ik kijk hem geschrokken aan en beloof dat ik dat nooit
meer ga doen. Dankzij deze leraar begint mijn respect voor de natuur.

Ik maak een sprong in het bos en als ik neerkom zie ik een andere Rosanna.
Gebogen schouders, een bleek en mager gezicht. Ik voel mij verdrietig en alleen.
Als 10 jarige dacht ik vaak: ‘Als het jaar 2000 begint, ben ik 32 jaar. Ik ben dan gelukkig getrouwd,
we hebben een leuk huis met een hond en een kat.’ Ik kan het haast niet afwachten.
Hoe anders is de werkelijkheid!

Ik heb een relatie waarin ik niet gelukkig ben. Ik kom alleen in het bos als we ruzie hebben, 
omdat ik weet dat hij mij daar nooit zoekt. Ik heb even rust en voel mij hier getroost.
Ik ben angstig en depressief. Elke keer als ik mij iets beter voel word ik kopje onder gedrukt.
Het valt niet mee om watertrappelend door het leven te gaan. Het leven is zwaar en
eenzaam. Voor de buitenwereld lijkt het mooi, maar hoe het er van binnenin uitziet weet
bijna niemand. Gelukkig had ik het lef om te vertrekken en ben ik langzaamaan naar boven
gezwommen en kon ik blijven drijven.

Een grote sprong verder, in het hier en nu. Geen groen blaadje meer, maar een volwassen vrouw.
Mijn leven is kleurrijker dan ooit. Ik ben zachter, vooral voor mijzelf. Ook letterlijk,
want er zit meer vet op mijn botten door het bourgondische leven dat ik deel met mijn lieve
man. Sinds wij samen zijn heb ik meer vertrouwen gekregen in mijzelf. Ik mag zijn wie ik ben.

Door een Hbo-opleiding seniorencoach leer ik vooral mijzelf beter kennen. Er vallen veel kwartjes. Ik loop mijn gevoel achterna en ga schrijven. Ik volg cursussen en workshops. Ik ben leergierig geworden. Ik blijf mezelf ontwikkelen.
Het leven is een feest. Ik zwem er krachtig doorheen. De ene dag de vlinderslag, de andere
dag rugcrawl. Door de diepe dalen en hoge pieken leef ik bewuster dan ooit.

De hoogste sprong als laatste. Het blad met de lange steel. De levenslijn waarvan het grootste gedeelte is voltooid.
Samen met Marcel zit ik op een bankje, hand in hand.
Hij zegt knipogend tegen mij: ‘Ik zei toch ooit, ik ben een blijvertje. Kijk ons nu zitten.’
Ik knik, met een trotse stralende glimlach. Altijd gedaan waar wij zin in hadden.
Mooie reizen gemaakt, een prachtig leven samen. Genoten van onze dieren, vrienden en familie.

We zijn lief en zorgzaam voor elkaar. Er is nu minder kleur in ons leven, we takelen af.
Het zachte 
gekleurde blad heeft plaats gemaakt voor een bruin en geel gerimpeld blad.
Het loslaten van het leven is begonnen. Maar zover is het nog niet.
We stappen op onze duo-scootmobiel en scheuren naar huis….