Regelmatig vliegen de kledingstukken door ons huis. Dit heeft niks te maken met een actief seksleven.
Maar alles met een hittegolf die door mijn lichaam raast.
Vest aan, vest uit. Een sprint naar buiten om af te koelen. Met wapperende handen om mijn
gezicht wat koelte te geven.

Marcel, mijn man ziet het vaak aankomen. Hij zet de kachel vast 1 of 2 graadjes lager. De
tuindeur zet hij open. Waarschijnlijk omdat hij bang is dat ik tijdens mijn drafje tegen de deur
loop. En even later gaat hij op mijn verkleumde voeten zitten en pakt hij een plaidje om mij
op te warmen. Het is soms lastig maar we kunnen ermee dealen.

Een heel ander verhaal is mijn hoofd. Het voelt alsof er laatjes zijn afgesloten in mijn brein.
Bepaalde laatjes gaan niet meer open.
Ik wil “iets” uit de koelkast pakken, maar heb geen idee meer “wat”.
Ik zie een pot pindakaas in de deur staan. Die moet ik er net in hebben gezet, waarom!?

Een verhaal vertel ik van Assen via Keulen en ik heb geen idee hoe ik terug in Assen moet
komen. Hoe het verhaal begon? Geen idee. Wat ik wilde vertellen? Compleet vergeten.
Als ik mijn zorgen uitspreek naar vriendinnen, lachen ze erom. ‘Nee Rosanna, het is geen
Alzheimer, het is de overgang!’ Ik kan het moeilijk geloven. “Dingen” van vroeger herinner ik
mij wel. Toch een teken van dementie?
Het is ook wel weer prettig. Mijn hoofd is minder vol. Ik heb meer rust in mijn hoofd.
Ben ik iets of iemand vergeten, dan roep ik: ‘Sorry mijn hoofd zit in de overgang.’

Gelukkig zie je dit niet aan de buitenkant. Ik lig nog in de markt. Tijdens een wandeling in het
bos, kom ik in gesprek met een aardige meneer. We kletsen over ons leven en onze honden
spelen met elkaar. Ik geef hem mijn visitekaartje, want hij heeft een mooi verhaal.
Misschien neemt hij contact op voor een herinneringsboek.
Hij zendt mij een vriendschapsverzoek op Facebook. Ik accepteer het. Daarna stuurt hij mij
een paar berichtjes en foto’s van fruit uit zijn eigen tuin. Hij wil wel aardbeitjes komen
brengen. Heel lief bedoeld, maar dat hoeft niet. Straks neemt hij beschuitjes mee.

Als ik dit aan mijn ruim 30 jaar jongere collega Channa vertel, reageert ze geshockeerd.
‘Wat?!!’ ‘Gebeurt dit nog op jouw leeftijd?’ ‘Ja hoezo?’, zeg ik, terwijl ik het zweet van mijn
bovenlip wrijf. ‘Nou ik dacht dat “JULLIE” misschien nog wat flirten, maar dat een man nog
zoveel moeite doet………..goh!’
Ik sta weer met beide benen op de grond. De opvlieger verdwijnt langzaam uit mijn lijf.
Ik probeer te bedenken wat ik ook alweer moest gaan doen. Koppie erbij Rosan.