In de lente van 2001 zie ik hem voor het eerst. Ik open de voordeur en een enthousiaste hond rent naar binnen, een stuk riem en daarna zie ik zijn baasje. Het wordt een chaos. Minou, mijn cyperse kat begint te blazen en ze rent meteen naar boven. Joris, mijn zwarte konijn, staat nieuwsgierig kijkend, rechtop tegen zijn kooi. Het baasje van de hond stelt zich met een snelle handdruk aan mij voor. Om daarna meteen door te rennen, want de hond ruikt Joris en wil daar meteen naar toe. Na een paar minuten is de chaos voorbij en lach ik uitbundig om deze grappige situatie.

Het is liefde op het eerste gezicht. De hond heet Gijs, een leuke naam voor een hond met een stoer karakter. Gijs is een kruising tussen een Jack Russel en een Boeren Fox. Hij heeft stug, kort haar in de kleuren, wit, bruin en zwart. Zijn oren zijn zacht als fluweel. Op zijn rug lijkt het net of een kindje met zwarte verf zijn handje neer heeft gezet.
Een bijzondere tekening op zijn gespierde lijf.
Gijs gaat naast mij zitten en ik mag hem kriebelen. We kijken verliefd naar elkaar, met onze donkerbruine ogen.

Met de baas van Gijs krijg ik een knipperlichtrelatie. Wanneer we uit elkaar gaan mag Gijs bij mij blijven. We zijn onafscheidelijk. Als ik niet aan het werk ben, gaan we overal samen naar toe. Bij vrienden en familie is hij altijd welkom en overal heeft hij zijn eigen plekje. Geen kleed of kussen, maar een comfortabele stoel.
We gaan samen winkelen, vooral Tuinland vindt hij leuk. Overal aan snuffelen, speeltjes en botjes bekijken. En hij krijgt volop aandacht van winkelende mensen.

Een lieve, trouwe hond met een eigenwijs karakter. Als hij joggers en fietsers tegenkomt rent hij achter ze aan en bijt ze het liefst even in de kuiten. Gijs los laten lopen kan dus echt niet. Als je opa en oma zegt, sprint hij naar het raam, want voor hem betekent het: “Ik krijg iets lekkers.” Van opa Bart krijgt hij plakjes leverworst en van oma Jelly lekkere brokjes.
Bij zijn andere opa en oma logeert hij regelmatig en ook daar wordt hij enorm verwend.

Gijs gaat ook mee als ik ga daten. Hij gedraagt zich vriendelijk, maar ik zie aan hem of hij iemand goedkeurt of niet. Hij legt zijn kop op mijn schoot en blijft de beste man strak aankijken en dan denk ik, “Gijs, je hebt gelijk dit is niet onze prins.” Ik neem vriendelijk afscheid en volgens mij zie ik soms een opgelucht, maar triomfantelijk lachje bij Gijs.

In 2011 laat ik de naam van Gijs tatoeëren op mijn pols. Hij is de eerste van het mannelijk geslacht, die mij zo trouw is. Hij is altijd blij als ik thuiskom. Hij weet wanneer hij mij met rust moet laten. Hij voelt perfect aan wanneer ik verdrietig ben. Samen kijken we naar de film Hachi. Een ontroerende film over de band tussen een hond en zijn baasje. Als de tranen beginnen te stromen, komt Gijs stijf tegen mij aanzitten en probeert mij te troosten.
Kort samengevat: Gijs is mijn beste vriend.

Eind 2011 komt mijn man in beeld en hij wordt meteen, door ons allebei, geaccepteerd in ons domein. Dit voelt goed, we horen bij elkaar en Gijs vindt het prima. Marcel mag hem uitlaten en ze fietsen regelmatig samen.
Gijs is ondertussen 10 jaar. Zijn ogen worden slechter, hij hoort steeds minder en hij loopt wat strammer. En Gijs wordt ontzettend grijs. Maar we hebben 6 mooie jaren met elkaar.

In maart 2017, Gijs is net 16 jaar geworden, gaat het slechter met hem. Hij zakt af en toe door zijn poten en we lopen kleine, hele langzame rondjes.
Op een maandagmorgen kijkt hij mij aan en ik weet wat hij wil zeggen: “Ik wil niet meer vrouwtje, ik ben op.”
Ik bel de dierenarts en ik maak een afspraak voor donderdag, 2 dagen later, zodat we in alle rust afscheid kunnen nemen. De buurvrouw maakt mooie foto’s. Van Gijs alleen, maar ook van ons samen. Die foto’s zijn mij zo dierbaar.

Donderdagmorgen, 23 maart 2017, om half 12, komt de dierenarts bij ons thuis.
Ik kan alleen maar huilen, mijn grote vriend is er straks niet meer. Die mooie bruine ogen kijken mij dankbaar aan en ze vertellen mij dat dit de juiste beslissing is. Hij heeft een mooi leven gehad. Het is genoeg geweest.
Gijs sterft in mijn armen. Ik zit verscheurd van emoties, met zijn pootje in mijn hand. Ik blijf zo zitten, zonder besef van tijd. Mijn gedachten schieten alle kanten op. Een geweldige tijd hadden we met elkaar. Mooie wandelingen maakten we samen en met onze vrienden. Hij redde mij uit het water, want hij dacht dat ik niet kon zwemmen, mijn held. Ik mis mijn vriend nog steeds, maar ik denk aan hem met een grote glimlach.

Nu, bijna 3 jaar later staat zijn foto nog steeds in onze kamer, naast zijn urn.
Een altaartje met herinneringen. Dat geeft troost.
Een paar maanden na zijn dood kochten we een pup, Joep.
In het begin dacht ik: ‘Ik kan nooit meer zoveel van een hond houden als van Gijs,’
Het voelde als verraad. Maar natuurlijk geef ik om Joep. Het begint met verliefd zijn, dat overgaat in houden van.
De fokker van Joep heet Gijs, dat is geen toeval. Het was voor mij een teken dat Gijs toestemming gaf:
‘Geef hem de liefde die je ook aan mij gaf.’